Griekenland: meer dan witte huisjes, blauwe daken en ouzo
Tuesday 1 September 2026
![]()
Er zijn landen waar je op vakantie gaat om uit te rusten. En er zijn landen waar je stiekem met een notitieboekje in je tas rondloopt omdat je overal wijn wilt proeven. Griekenland behoort absoluut tot die laatste categorie.
Misschien komt het door de zon. Misschien door de zee. Of misschien omdat Grieken al duizenden jaren wijn maken zonder zich ooit echt druk te maken over internationale trends. Terwijl de rest van Europa Chardonnay en Cabernet Sauvignon aanplantte, bleven zij vrolijk vasthouden aan druiven met namen waar je tong bijna een cursus Grieks voor nodig heeft: Assyrtiko, Vidiano, Xinomavro, Limnio. En gelukkig maar.
Tijdens onze vakantie op Mykonos viel me opnieuw op hoe vanzelfsprekend wijn onderdeel is van het dagelijks leven. Geen ingewikkelde wijnkaart van honderd pagina’s. Geen sommelier die je vertelt wat je moet drinken. Gewoon een karafje lokale wijn, verse vis die dezelfde ochtend nog zwom en een tafel met uitzicht op zee. Soms is dat alles wat wijn nodig heeft.
Wat Griekse wijn zo bijzonder maakt, is dat het nog steeds voelt alsof je iets ontdekt. Veel druivenrassen groeien nergens anders ter wereld en iedere regio heeft zijn eigen karakter. Van de vulkanische spanning van Santorini tot de frisse bergwijnen uit Noord-Griekenland. Juist dat vind ik mooi.
In een tijd waarin de wijnwereld soms steeds internationaler lijkt te worden, laat Griekenland zien dat eigenheid uiteindelijk veel interessanter is dan perfectie. Misschien is dat ook wel de grootste les van deze vakantie. Dat een goede fles wijn niet altijd uit de Bourgogne of Piemonte hoeft te komen. Soms zit hij gewoon verstopt in een klein Grieks dorpje waar niemand Engels spreekt, de eigenaar zelf de wijn schenkt en je aan het einde van de avond eigenlijk nog helemaal niet naar huis wilt.
En geloof me… Als je ergens een fles Assyrtiko of een mooie Xinomavro tegenkomt, laat hem dan vooral niet staan.
Yamas!
Bono